Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • Minipad wilde zwijnen
    Bezoekers:
  • Werkblad Minipad zwijnen
  • Bekijk het filmpje dat hieronder staat.

     

    Goed luisteren, want je moet straks wat vragen beantwoorden.

    Ligt je werkblad al klaar?
    Daar staat de vraag ook op.

  • Filmpje bij opdracht 1+2
  • 1.

    Kleur de hokjes op je werkblad waarvan de zin WAAR is.

     

    • Een mannetjeszwijn heet beer en een vrouwtjeszwijn zeug.
    • De jonkies heten biggen of frislingen.
    • De neus van een wild zwijn heet snuffelneus.
    • Wilde zwijnen eten alleen wortels en knollen.
    • Wilde zwijnen zijn goede opruimers.
    • Een wild zwijn heeft twee hele grote hoektanden.
    • De hoektanden gebruiken ze alleen om te vechten.

     

  • 2.

     

    Kleur de hokjes op je werkblad waarvan de zin WAAR is.

     

    Wat eet een wild zwijn?

    Kleur het hokje als een wild zwijn het eet.


    * knollen  * wortels  * boomschors * takken

    * eikels  *kastanjes  * jonge blaadjes

    * paddenstoelen * insecten  * konijnen  

    * beukennootjes * bosvruchten * vissen     

    * regenwormen * muizen * dennenappels 

    * egels * dode dieren

     

    • Wilde zwijnen nemen graag een modderbad.
    • Van de modder krijgen zwijnen een mooie huid.
    • De vacht van wilde zwijnen is het hele jaar door hetzelfde.
  • Filmpje bij opdracht 3
  • 3.

    Kleur de hokjes op je werkblad waarvan de zin WAAR is.

     

    • De paartijd van wilde zwijnen is van november tot februari.
    • De vrouwtjeszwijnen zijn wat groter dan de mannetjes.
    • Mannetjes en vrouwtjes hebben grote slagtanden.
    • De biggen worden geboren na 3 maanden, 3 weken en 3 dagen na de paring.
    • De biggen hebben dezelfde kleur vacht als hun moeder.
    • In de familiegroepen (rotten) leven mannetjes, vrouwtjes en biggen bij elkaar.
  • Filmpje bij opdracht 4
  • 4.

    Kleur de hokjes op je werkblad waarvan de zin WAAR is.

     

    • De beer blijft altijd bij de zeug om voor de biggen te zorgen.
    • De biggen worden geboren in een soort ‘nest’.
    • Jonge biggen drinken moedermelk.
    • Een zeug heeft 12 tepels en kan dus 12 biggen krijgen.
    • Het beste plekje bij de tepels wordt steeds eerlijk verdeeld.
    • Na een week of twee hebben ze al een gewone vacht.
  • Doen 1

     

    Kleurplaat van herten en wilde zwijnen.

    Mensen staan achter een hek te kijken.

    Daar kun je ook maar beter staan als een zeug jongen heeft.

    Ze kan je zomaar aanvallen om haar jongen te beschermen.

     

    Kleurplaat

  • Doen 2

     

    In de filmpjes en de vragen ben je al heel veel woorden tegengekomen die met wilde zwijnen te maken hebben.

    In deze woordzoeker kun je ze nog eens allemaal proberen op te zoeken.

    Heb je ze allemaal gevonden, dan is er een vuurwerk!

     

    Doe je best en veel plezier.

     

    Woordzoeker

  • klik voor meer informatie
 
Add to Yurls